Bildung in het onderwijs

Uit Stichting Vertellen MediaWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Marieke van den Houten deelt dit ontwerp voor haar masterclass: KOM OP VERHAAL IN DE KLAS! Zij gaf deze in het kader van het congres ‘Leren aan de Zaan’, op woensdag 22 oktober 2014 te Zaanstad, georganiseerd door Stichting Agora.

Over de inzet en toepassing van vertelkunst door zowel docenten als leerlingen, als onderdeel van ‘Bildung’ in het onderwijs. Uitgangspunt van Bildung: Binnen het geven en ontvangen van onderwijs worden mensen gevormd door algemene ontwikkeling, kunst en natuur, besef van de waarde van tradities, normbesef en toerusting tot actief burgerschap.

Welkom en inleiding waarbij ik mij voorstel[bewerken]

‘De belangrijkste factor voor de menselijke vorming is niet de verstandelijke kennis maar de bewustwording van het verantwoordelijk zijn voor elkaar’ (Prof. dr. Paul de Blot, hoogleraar Business Spiritualiteit te Nyenrode en concentratiekamp-overlevende).

Aan de hand van een verhaal dat ik vertel, gaan we kennis maken met de kunst van verhalen vertellen en de praktische toepassingen in verschillende vakgebieden die in dienst staan van Bildung.[bewerken]

  • We beginnen met een ontspannings- en stilteoefening.
  • Ik vertel het verhaal dat tijdens de masterclass als kapstok zal fungeren. Korte stilte.
  • Ik deel de groep in 5 groepen van 6.Iedere groep ontvangt een vraag op een strook papier. Een ieder schrijft de vraag over op eigen blok of schrift. En schrijft daar een eigen antwoord op.
  • Aan de hand van een verhaal dat ik vertel, gaan we kennis maken met de kunst van verhalen vertellen en de praktische toepassingen in verschillende vakgebieden die in dienst staan van Bildung.
  1. Spreekt dit verhaal jou aan en zo ja, wat is het dan wat je aanspreekt? Of juist niet?
  2. Welke beelden kreeg je bij dit verhaal? Wat zag je voor je?
  3. Herkende je iets van jezelf in het verhaal?
  4. Wat voor gevoelens roept of riep het verhaal bij je op?
  5. ls het verhaal een boodschap zou bevatten, hoe zou je dat dan omschrijven?

Iedere groep verzamelt de antwoorden bij 1 persoon, die ze samenvat en hardop noemt. We bespreken het effect van dit verhaal op de deelnemers.

  • Deze vorm van samen een verhaal beleven (en evt. met elkaar delen) kan toegepast worden in verschillende vakgebieden: Op flip-over:
  1. Taalvaardigheden, taalexpressie, vergroten woordenschat
  2. Sociale vaardigheden, inleving, omgaan met emoties, met elkaar in gesprek gaan.
  3. Ondersteunend bij begrijpend lezen omdat een verhaal duidelijk is en structuur biedt.
  4. Wereldoriëntatie en geschiedenis die tot leven komt alsof je het zelf beleeft.
  5. Kunstzinnige vorming door het uitbeelden van verhalen.

Het verschil tussen vertellen en voorlezen[bewerken]

Oefening: Ik lees een stukje voor over hoe ik de dag begonnen ben. Daarna nodig ik deelnemers uit om te vertellen hoe ze de dag zijn begonnen. Wat is het verschil? Ik lees een verhaalfragment voor. Daarna vertel ik hetzelfde fragment in dezelfde energie. Wat is het verschil? Hoe ervaren de deelnemers zelf het verschil in de praktijk?

Inventariseren vertelervaringen en vragen op flip-over[bewerken]

Voorwaarden om te kunnen vertellen:[bewerken]

  • Aansluiting bij de ontwikkeling, leeftijd en belevingswereld van de kinderen.
  • Vertel een verhaal waarin iets actief gebeurt dat nieuwsgierigheid wekt.
  • Uitnodigende ruimte. Geen woud van tafels en stoelen waarbij je over elkaar struikelt.
  • De tijd nemen.
  • Grondig voorbereiden.
  • Het verhaal goed voor je zien, als jij het goed kunt volgen, zullen de ll. meebewegen.
  • Een verhaal vertellen dat goed bij je past zodat je het met plezier kunt doen.
  • Kies een moment aan het begin van de dag, als de kinderen zich nog goed kunnen concentreren.
  • Zorg net als bij andere lessen voor variatie in stil zitten- luisteren- bewegen.
  • Maak je stem lekker los van tevoren door bijv. te gaan zingen. Een heldere stem is fijn om naar te luisteren.
  • Wees goed zichtbaar en stel het licht zo in dat er wederzijds oogcontact is.
  • Begin pas als het helemaal stil is.
  • Betrek onrustige kinderen even in het verhaal (brief wegbrengen, paleispoort openen, bericht omroepen, kaarsje aansteken).


Hoe bereid je het vertellen van een verhaal voor?[bewerken]

  • Als je het voor het eerst doet: lees een kort/eenvoudig verhaal voor jezelf in een stille, rustige ruimte waar je niet wordt gestoord.
  • Schrijf in korte zinnen de gebeurtenissen in chronologische volgorde op (gezamenlijk die van voorbeeldverhaal op flip-over) met zoveel mogelijk trefwoorden.
  • Voor de beelddenkers onder ons: teken de volgorde van gebeurtenissen (vrijwillige sneltekenaar?) in plaats van de trefwoorden.
  • Zie het voor je, hoor het, ruik het, voel het, beleef het.
  • Vertel het verhaal nu in je eigen woorden met het lijstje en het verhaal bij de hand.
  • Vertel het verhaal nu zonder lijstje en vul het desnoods aan met je fantasie.
  • Wees je bewust van de spannende momenten. Hoe laat je dat zien/horen?
  • Bouw de spanning op. Van continue spannend vertellen worden de kinderen moe.
  • Gebruik eventueel een voorwerp dat belangrijk is in het verhaal (de toverschelp, het geheime kistje) Dat maak je zichtbaar door het te tonen op een belangrijk moment.

Voor gevorderden: bespeel een instrument en/of zing er een passend lied bij of laat dat door iemand anders doen op een toepasselijk sfeermoment. Tijdens het verhaal kunnen kinderen d.m.v. dramatiseren het verhaal uitbeelden (wuivende bomen, vliegende vlinders of vogels). Je kunt ook van tevoren door de kinderen een décor laten bouwen/schilderen/inrichten.

Oefening: Hoe gebruik je tijdens het vertellen jezelf als instrument? Wat voor expressiemogelijkheden zijn er allemaal? Met je stem? Je lijf/ Je mimiek? Ik spreek de zin ‘Ik ga naar huis’ uit. De deelnemers regisseren mij. Hoe ga ik het zeggen? Suf, boos, lollig, kwaad, verlegen, verliefd? Hoe kun je daar zelf mee gaan spelen/oefenen? In tweetallen. Om de beurt ‘Ja daaag’ zeggen en elkaar nadoen om te ervaren op hoeveel manieren je dat kunt zeggen. Er kunnen ook plenair sprookjesmomenten worden gekozen die ter plekke worden verteld met korte zinnen. Aan elkaar laten zien wat er allemaal mogelijk is om helder en overtuigend over te komen.

Zelf verhalen maken en vertellen[bewerken]

Vertelcollega Marco Holmer kreeg ooit de opdracht van een school en een buurtcentrum in Utrecht om een verhalenclub op te richten. Het doel was om allochtone kinderen te stimuleren in het leren van de Nederlandse taal door ze verhalen te laten maken en ze te vertellen in de verhalenclub. Het ging hier niet om ervaringen die ze beleefd hadden maar vertellen op een literaire manier, zoals je ook spannende kinderboeken leest. Hoe kon de fantasie van de kinderen aangeboord worden? Marco ging te rade bij de Griekse wijsgeer Aristoteles, die in zijn Poëtica beschreef hoe een verhaal is opgebouwd:

  • Beginsituatie tijd/plaats/probleem/verlangen (voorbeeldverhaal weer als illustratie)
  • Het motorisch moment - Op een dag/plotseling/gebeurtenis die om oplossing vraagt
  • Het hoogtepunt - kop van het monster rolt er af/ schat wordt gevonden/heks valt in oven
  • De afloop - hoe loopt het af met de held/invloed van wat er gebeurd is voor betrokkenen
  • Het eindbeeld - en ze hoefde nooit meer spruitjes te wassen/en ze leefden nog lang en ?

Marco zorgde ervoor dat de kinderen niet verdwaald raakten in hun eigen verhaal door het volgende raamwerk toe te passen:

  • Je bent op weg naar het motorische moment
  • Je bent op weg naar het hoogtepunt
  • Je wandelt vrolijk op het eindpunt af

Het is ook leuk om zelf of met de leerlingen met dit gegeven te gaan spelen door het volgende voorbeeld:

Oefening: alle 5 groepen krijgen stapeltjes verhalenkaarten. Persoon legt een kaart op tafel en vertelt daar een begin van een verhaal bij. Om de beurt (of spontaan) legt iemand een kaart er bovenop en vertelt in een paar zinnen wat er verder gebeurt.

Raamvertellingen[bewerken]

In de 1001-nacht vertellingen (sommigen zijn ook opgenomen in de sprookjes van Grimm!) vertelt Scheherazade de koning iedere nacht een ander verhaal om haar terechtstelling te voorkomen. Ook in de jeugdliteratuur komen ‘verhalen in een verhaal’ voor (Paul Biegel in 'Het Sloeutelkruid" bijvoorbeeld).

Perspectief[bewerken]

Het scheelt nogal als je het verhaal van Roodkapje vertelt vanuit de hoofdpersoon of vanuit Grootmoeder of de wolf. Daarin kun je keuzes maken waardoor het verhaal in een heel ander licht komt te staan. Het kan de fantasie en inleving van kinderen bevorderen.

Oefening: Alle 5 groepen ontvangen 5 woorden. Iedere groep maakt er een verhaal van 15 regels van, dat wordt opgeschreven. Plenair voorgelezen. Dan pas de vraag: Is dit verhaal een voorlees- of vertelverhaal? Woorden:

  • Wolk - boodschapper - te laat – muur – draak
  • Schip – geheime deur – tovenaar – rots – storm
  • Koning – maan – ruisende bomen – gevecht – soep
  • Heks – vrucht – reus – brief – prinses
  • Geest – ministers – geheim wapen – hondje - bron


Mogelijkheden om op school aan de slag te gaan met verhalen vertellen[bewerken]

Ik ben als verhalenverteller participant van Stichting Vertellen. Daar zijn zowel amateur- als professionele vertellers bij aangesloten. In Utrecht worden door de Stichting per kwartaal educatieve ontmoetingsdagen gehouden en er is een ‘Erwaseens’ E-maillijst voor vertellers. Vertelopleidingen, trainingen, tips en leergangen voor scholen:

Afsluitend kort verhaal, uitreiken samenvattende reader, bezoeken informatietafel en nog wat informeel napraten[bewerken]

PRAKTISCHE AANDACHTSPUNTEN

Nodig:

  • Flip over met verschillende kleuren stiften.
  • Informatietafel.
  • Dat deelnemers zelf schrijfgerei meenemen en schrijfpapier voor oefeningen.
  • Ruimte om in 5 groepen van 6 deelnemers te kunnen werken.
  • Alle deelnemers ontvangen na afloop een reader over de masterclass.

--Walt.rooz@versatel.nl 2 okt 2015 16:57 (CEST) - Met dank aan Marieke van den Houten