Ontmoetingsdag 10 mei 2014

Uit Stichting Vertellen MediaWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

de verteller in de basisschool

Informatiedag over het effect van verhalen vertellen binnen leerlijn en kerndoel

Inleiding[bewerken]

Thema[bewerken]

Verhalen vertellen in het onderwijs; verhalen vertellen voor kinderen. Een logisch vervolg op de ontmoetingsdag van oktober vorig jaar, ook over verhalen vertellen in het onderwijs, maar dan met de nadruk op de kinderen die vertellen. In de ontmoetingsdag van 10 mei was het speerpunt de verhalenverteller die in de klas komt om te vertellen, of de leerkracht die zelf een verhaal vertelt of de verteller in de klas haalt en zo de kinderen nieuwsgierig maakt naar méér, meer verhalen, meer lezen.

Doelstelling[bewerken]

Kennis verwerven over het effect van verhalen vertellen in het B.O. En daar aan gekoppeld, het plezier dat je als leerkracht en leerling kunt hebben aan een goed verteld verhaal in de klas. Daarom waren nadrukkelijk vertellers en leerkrachten uitgenodigd. Om samen de mogelijkheden van het vertellen van verhalen te ontdekken. Om van gedachten te wisselen en elkaar tips en trucs door te geven, elkaar te informeren en te inspireren.

Inhoud van de dag[bewerken]

De dag was bedoeld als een eerste oriëntatie op het vertellen binnen kaders van onderwijs: Wat kan het positieve effect, de kracht van verhalen zijn in het basisonderwijs. Het was nadrukkelijk niet het uitgangspunt volledig te zijn. Er zal nog veel meer te ontdekken blijven. De zoektocht nar de meerwaarde van verhalen vertellen in het onderwijs stond voorop. Voor kennis namen we aan dat voor elke leerkracht en elke verteller, dat gewoon luisteren, meeleven en genieten van een verhaal een heel groot goed is in het onderwijs. Dat staat op de eerste plaats. Dat werd ook niet in twijfel getrokken, alleen was dat niet het belangrijkst thema van de dag.

Waarom de onderwijscarrousel?[bewerken]

Enthousiast brainstormend over wat vertellen in het onderwijs zou moeten zijn riepen we dingen als kleurrijk, prikkelend, spannend, fantastisch, tot de verbeelding sprekend, verrijkend, informatief, vrolijk, opwindend, als een carrousel zo aantrekkelijk voor kinderen, feestelijk, vol beweging, ritme, . . als een carrousel, . . . . en het bleef de carrousel.

Het programma[bewerken]

In de setting van zes attracties, ofwel attractieve workshops, werden verhalen en informatie aangeboden en werd van gedachten gewisseld over verhalen vertellen in de klas. De deelnemers kregen elk een kaartje met drie workshops erop, waaraan op volgorde wordt deelgenomen. Een vierde workshop was naar keuze. Na steeds twee workshops was er een plenaire evaluatie d.m.v. vragen die werden aangeboden in een ballenbak. Van de 24 vragen zijn er 8 aan bod geweest.

De info-tafel[bewerken]

Op een tafel lagen flyers, boeken over het thema, verhalenboeken, aankondigingen van programma’s e.a. én een blokje post-its. De laatste kon gebruikt worden om vragen, opmerkingen en andere invallen op te schrijven. De opmerkingen die ter zake doende waren voor het verslag, zijn verwerkt.

Verhalen binnen kerndoelen en leerlijnen; de workshops[bewerken]

“Onderwijs is niet het vullen van een gat, maar het ontsteken van een vuur” ( Raymond de Kreek- voor omdenken)

Reinou Vogel: “Zelf werkzaam in het onderwijs is het voor mij duidelijk dat het vertellen van verhalen op allerlei manieren bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen. Onbewust wordt er op belevingsniveau van kinderen gewerkt aan kerndoelen en leerlijnen die behandeld en beheerst moeten worden in het primair onderwijs. Toch is het lastig om dit over te brengen naar collega’s en zeker naar schoolleiders en ze te overtuigen van de enorme meerwaarde van vertellen. Kennelijk is het belangrijk dat je directe resultaten kunt koppelen aan vertelactiviteiten om deze uit de sfeer van (leuk erbij) te halen. Sinds Suzanne Mol (Leesonderzoek Leiden) in haar wetenschappelijk onderzoek heeft kunnen aantonen dat ruimte en tijd voor vrij lezen het technisch en begrijpend leesniveau en dus ook de toetsresultaten verbetert is vrij lezen meer geaccepteerd in het onderwijs. Het onderwijs in Nederland staat onder druk. Scholen en leerkrachten worden afgerekend op toetsresultaten. Juist daarom is het zo goed om te zien dat je met het vertellen van verhalen spelenderwijs voldoet aan kerndoelen en specifieke leerlijnen. Vandaag willen wij vanuit Stichting Vertellen jullie daarom handvaten geven om het belang van Vertellen in het onderwijs concreet aan te kunnen tonen.”

Als kapstok voor de dag is dus gekozen voor de Carrousel. In een Prezi wordt het workshopgedeelte van de dag toegelicht.

Programma workshops[bewerken]

Het programma bestaat uit zes workshops, aansluitend op zes verschillende leerlijnen binnen het basisonderwijs. De workshops worden gegeven door verhalenvertellers die een ruime ervaring hebben met vertellen en werken met verhalen in het basisonderwijs. De workshops zijn opgebouwd volgens eenzelfde lijn. Er wordt een verhaal verteld, een toelichting gegeven op de toepasbaarheid binnen de kerndoelen van verschillende onderwijsvakken. Er is ruimte voor discussie en het uitwisselen van vragen, tips en trucs tussen de leerkrachten, verhalenvertellers en andere aanwezigen.

Vertellen en kennisoverdracht[bewerken]

Frans van der Pas
Hoe een verhaal onbewust kennis overbrengt doordat er op een betekenisvolle manier over planten, dieren, gebruiken of gebeurtenissen uit de geschiedenis wordt verteld. In deze workshop wordt gewerkt vanuit de cultuurhistorische canon.

Een leerdoel kan zijn: Kunnen beschrijven hoe een middeleeuws dorp eruit ziet.

Vertellen en sociaal emotionele ontwikkeling[bewerken]

Hans van Woerkom
Hoe kinderen zich bij een verteld verhaal vanzelfsprekend leren verplaatsen in de ander en zijn/haar emoties ervaren. Speerpunt is sociaal gedrag in de klas.

Een leerdoel kan zijn: Zich in de gedachte van een ander verplaatsen.

Vertellen en Verbeeldingskracht[bewerken]

Melanie Plag
Hoe kinderen tijdens het luisteren naar een verhaal eigen beelden creëren, als het ware in hun hoofd een eigen filmpje van het verhaal maken en dit om te zetten in een creatieve activiteit, bijvoorbeeld tekenen.

Een leerdoel kan zijn: Lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en gebarentaal herleiden.

Vertellen en literaire vorming en begrijpend luisteren[bewerken]

Reinou Vogel
Hoe kinderen spelenderwijs kennismaken met verhaalopbouw, vertelperspectief, literair taalgebruik en nog veel meer.

Een leerdoel kan zijn: De leerlingen leren letterlijk en figuurlijk taalgebruik te onderscheiden.

Vertellen en kunstzinnige vorming[bewerken]

Mirjam Mare
Hoe een verhaal vanzelfsprekend aanleiding kan zijn tot het verbeelden d.m.v. drama, spel en dans.

Een leerdoel kan zijn: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, bewegingen te gebruiken, om er gevoelens mee uit te drukken en om ermee te communiceren.

Vertellen ten behoeve van taal- en woordenschatontwikkeling[bewerken]

Mieke Aalderink
Hoe kinderen luisterend kennis maken met nieuwe woorden en uitdrukkingen en deze in de context van het verhaal leren begrijpen.

Een leerdoel kan zijn: De betekenis van een woord afleiden uit de omschrijving

Een logisch vervolg[bewerken]

Vertellen doet vertellen. Vaak komt na een vertelling iemand anders met een eigen verhaal, anekdote of associatie. Een niet te onderschatten bijdrage dus voor de mondelinge taalvaardigheid. Verhalen maken nieuwsgierig naar meer verhalen, waardoor het vertellen van verhalen ook een krachtige, bijna vanzelfsprekende motor is voor leesbevordering.

Tussentijdse evaluatie – ballenbak[bewerken]

Vraag & antwoord[bewerken]

Beide workshoprondes zijn afgesloten door een gezamenlijke evaluatie. In de vorm van een ballenbak, met 24 verschillende vragen zijn ad random nog 8 onderwerpen gezamenlijk besproken. Per ronde werd een aantal leerkrachten en verhalenvertellers gevraagd naar voren te komen, een bal uit de bak te nemen en een antwoord op de vraag te geven. Ook de deelnemers uit de zaal konden hun bijdrage leveren. Hieronder kort verwoord. Niet op alle vragen kon een duidelijk antwoord worden gegeven. De vragen zijn wel genoteerd als aandachtspunt .

Bij welk item dacht je: ‘dáár kan ik iets mee in de praktijk!’

  • Er waren goede voorbeelden uit de praktijk. Zoals het uitbeelden van verhalen en hoe dat gedaan kon worden, praktische apps bij onderwerpen als het verbeelden van verhalen.
  • Er werd informatie gegeven over vertellen op locatie, in de school en de praktijk daarvan.
  • Een goed voorbeeld was ook de workshop voor de bovenbouw van de basisschool rondom verhalen uit de geschiedenis.

Kun je buiten de zes items die vandaag aan de orde zijn, nog andere gebieden in het onderwijs bedenken waar verhalen goed bruikbaar zijn?

  • Verhalen vertellen waarbij de hoofdthema’s worden toegespits op bijvoorbeeld rekenen. Dat zou ook bij andere vakken kunnen.
  • Aan de hand van verhalen kan het team van de school van gedachten wisselen over wie je bent als team en hoe je functioneert.

Welk(e) personage(s) of gebeurtenis(sen), uit een verhaal dat je hebt gehoord, vond je interessant?

  • De vos werd genoemd, met name de dieren uit het vertelde kaderverhaal in één van de workshops. Teveel personages maken een verhaal onduidelijk. Sprekende personages kunnen een verhaal belangrijk ondersteunen.

Welke nieuwe vraag is er bij je opgekomen na het volgen van de workshop (s)?

  • Waar vinden we meer informatie?
  • Hoe komen we via google bij nieuwe literatuur?
  • Kan de Stichting Vertellen ambassadeur zijn naar de minister van Onderwijs?
  • Hoe vind je in het onderwijs voldoende tijd en ruimte voor het vertellen van verhalen.

Waarover zou je meer willen weten?

  • Hoe kun je op een praktische en efficiënte manier meer tijd vinden om verhalen te vertellen?
  • Het lijkt duidelijk, dat kinderen veel leren, van verhalen vertellen. Vooral de luistertypes worden aangesproken. Door de verbeelding, de beleving wordt de geheugenfunctie aangesproken, waardoor onthouden makkelijker lijkt. Is daar onderzoek naar gedaan?
  • Marja van den Hurk van de pabo in Leiden vertelt dat 3e-jaars studenten bezig zijn met de eerste stappen van een onderzoek.

Welke uitspraak of mening is je het meest bijgebleven?

  • “Vertellen doet vertellen.”
  • “Onderwijs is geen gaten vullen, maar een vuur aansteken”.

Wat zou je over deze workshop(s) aan anderen doorvertellen?

  • Er is een goede link te maken van verhalen vertellen naar jeugdliteratuur, kinderen raken nieuwsgierig en gemotiveerd.
  • Iedereen kan vertellen, en iedereen kan laten vertellen, leerlingen kennis laten maken met verhalenvertellers.
  • Kinderen bondgenoot maken om jezelf te leren vertellen, kinderen luisteren graag en stimuleren je door te gaan met verhalen vertellen.
  • In alle workshops zaten bruikbare tips.
  • Een goed idee om een bovenbouw nieuwsgierig te maken naar verhalen, is elke dag een korte mythe te vertellen.

Welke tip heb je gekregen, waar je op korte termijn iets aan hebt?

  • Veel nevenactiviteiten leiden af van je taak: onderwijzen. Belangrijk is gewoon te beginnen met vertellen. En waneer je dat niet kunt, te laten vertellen. Het onderwijs heeft € 10,90 per leerling beschikbaar voor cultuur educatie. Er is geld om verhalen vertellen een plaats te bieden in het onderwijs.

Alle vragen uit de ballenbak[bewerken]

Onderstaande vragen zaten in de ballen van de ballenbak en hadden mogelijk aan de orde kunnen komen tijdens de evaluatie. Een aantal daarvan zijn besproken .

  1. Welke nieuwe vraag is er bij je opgekomen na het volgen van de workshop?
  2. Welke uitspraak of mening is je het meest bijgebleven?
  3. Waarover zou je meer willen weten?
  4. Welk(e) personage(s) of gebeurtenis(sen) uit een verhaal dat je hebt gehoord vond je interessant?
  5. Bij welk item dacht je ‘dáár kan ik iets mee in de praktijk!’?
  6. Wat was helemaal nieuw voor je?
  7. Waar zou je nooit aan beginnen?
  8. Bij welk idee jeuken je handen om er mee aan de slag te gaan?
  9. Wat zou je over deze workshop(s) aan anderen doorvertellen?
  10. Wat vond je van de mogelijkheid als deelnemer betrokken te zijn?
  11. Welke tip heb je gekregen, waar je op korte termijn iets aan hebt?
  12. Welke tip heb je voor de organisatie?
  13. Wat vind je van de opzet in workshops op deze manier?
  14. In hoeverre denk je in de praktijk iets met de inhoud van vandaag te kunnen?
  15. Wat vond je bijzonder? Of: Wat was speciaal voor jou waardevol?
  16. Heb je een anekdote uit je eigen vertelpraktijk binnen het onderwijs? Wil je die delen?
  17. Welk verhaal dat je ooit hebt verteld (of voorgelezen) in een basisschool heeft op veel indruk gemaakt?
  18. Van welk verhaal dat je ooit hebt verteld (of voorgelezen) in een basisschool, denk je nu: “Past mooi in de lessen geschiedenis, geografie, projecten over het milieu of carnaval enz.’.
  19. Kun je iets zeggen over de nieuwswaarde van wat je gehoord hebt?
  20. Welke ervaring(en) van anderen deelde je helemaal? Welke ervaring van anderen was voor jou totaal onbekend?
  21. Heb je ooit gedacht: ‘dit gaat helemaal mis?’ tijdens het vertellen van een verhaal in een school? Wil je dat met ons delen?
  22. Wat is je leukste / meest dierbare vertelervaring geweest op een basisschool?
  23. Waarover ben je nog niet uitgepraat? Of: Waarover had je wel wat langer van gedachten willen wisselen?
  24. Kun je buiten de zes items die vandaag aan de orde komen, nog andere gebieden in het onderwijs kunnen bedenken waar verhalen goed bruikbaar zou zijn?,