Dokter Sarphati

Uit Stichting Vertellen MediaWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Workshop van Nelly Slot en Margot Vermeulen (vertelkring De Verhalenkraal, Hengelo) op de Ontmoetingsdag 3 oktober 2015 van de Stichting Vertellen, als eerste van drie workshops.

Thema: Levend Verleden.

Opzet workshop[bewerken]

Aan de hand van historische feiten maken drie groepen een verhaal. Om als groep tot één verhaal te komen is het nodig om als groep allereerst te bepalen wat de essentie is van het verhaal. “Wat moet er zeker in!” en vanuit welke rol wordt het verhaal verteld:

  • als de alwetende verteller,
  • als de persoon van dokter Sarphati of
  • als bewoner van de Jordaan.

Wij gevende deelnemers historische feiten mee over de armoede, slechte hygiëne, slechte watervoorziening in de Jordaan van de 19e eeuw en de armendokter Samuel Sarphati.

Handout met historische feiten: De grote schoonmaak van Amsterdam, Amsterdam in de 19de eeuw[bewerken]

Amsterdam: armoede en vondelingen ca. 1810 tot ca.1850[bewerken]

  • Strijd tussen het Frankrijk van Napoleon Bonaparte en Engeland; de scheepvaart naar Amsterdam was bijna stil gevallen. Het Amsterdam van 1810 was failliet
  • Bijna één op de vijf Amsterdammers had bedeling nodig om het hoofd boven water te houden.
  • De armoede bleek ook uit het aantal te vondeling gelegde kinderen. Gedurende de 18e eeuw waren het er meestal zo’n twintig tot dertig per jaar. Aan het eind van deze eeuw liep dat aantal scherp op en het bereikte een piek in 1817 tot zelfs 855. Omgerekend naar de schaal van het huidige aantal bewoners van Nederland zou dit 75.000 vondelingen per jaar zijn.
  • Hoe deze vondelingen te registreren? In het voorjaar van 1823 besloot men om een volgende reeks binnenkomende vondelingen te voorzien van een vogelnaam als achternaam. Dus lezen wij in de Burgerlijke Stand van Amsterdam namen als: Arend Eend, Jansje Valk, Jacob Kanarie en Laurens Mees. De vondelingen kwamen eerst terecht in het stedelijke Aalmoezeniershuis en vervolgens in Drentse koloniën als Veenhuizen en Frederiksoord. Vanwege slechte voeding en zieken stierven verhoudingsgewijs veel van deze vondelingen op jonge leeftijd.

Amsterdam, een stinkstad - Armoede en ziekten; slechte hygiëne met name slecht drinkwater[bewerken]

  • De slechte circulatie van het grachtenwater, de ronddrijvende kadavers en de in de gracht omgekieperde emmers met afval, stront, en urine, zorgden voor een doordringende stank en vanzelfsprekend ook voor een ideale voedingsbodem voor besmettelijke ziekten.
  • Amsterdam, een kolere stad, een stad waar de cholera vele slachtoffers maakte. “Krijg de klere” was de verwensing die er zijn oorsprong vond.
  • 'Smetstof', een besmettelijke stof die van de ene persoon op de ander werd overgedragen zag men als oorzaak van het uitbreken van ziekten als cholera en tyfus. Men legde nog niet de link met de slechte hygiëne.

Sarphati, armenarts met ambitie[bewerken]

  • Sarphati werd in 1813 geboren als zoon van een redelijk bemiddelde orthodox-joodse Amsterdamse tabakshandelaar. Hij ging vanaf zijn 13de een paar jaar in de leer bij de apotheker Isaac Coronel. Vervolgens naar Leiden om geneeskunde te gaan studeren.
  • Nadat hij was gepromoveerd op tuberculose en plantaardige verdovende middelen keerde Sarphati in 1839 als arts terug in Amsterdam en ging hij 27 jaar oud aan de slag bij het armenziekenhuis dat de Portugees-Israëlische gemeente vijf jaar eerder had gesticht.
  • Naast behandeling van zieken in het bescheiden hospitaal moest Sarphati zieke leden van de Portugees-Joodse gemeente thuis bezoeken. Tijdens die bezoeken ondervond hij de ellendige leefomstandigheden van de tienduizenden armen.
  • De welgestelde mensen woonden in riante grachtenpanden. Een derde van de inwoners van Amsterdam leefde echter onder de armoedegrens. Zelfs het dragen van klompen was een luxe. In wijken zoals de Jordaan woonden zij in kelderwoningen en krotten van woningen. Bij regenval stroomden de kelderwoningen onder. Sommige woningen hadden een bedstee. Vaker sliep een heel gezin (ouders én kinderen) op balen stro in de enige kamer die zij bewoonden. Huizen werden vaak gedeeld door meerdere gezinnen. Een privaat (wc) was er niet.
  • De allerarmsten woonden in de sloppen die zich achter de straten in de volksbuurten bevonden: plaatsjes waar zo’n tien gezinnen woonden in vervallen bouwsels. ‘Op het plaatsje lagen vuilnis- en mesthopen, vocht, schimmel, modder, drek en stank. Epidemieën als cholera en tyfus hadden in deze buurten vrij spel.’

Bouwen aan een structurele oplossing van de erbarmelijke leefomstandigheden van de armen[bewerken]

Het was Sarphati al snel duidelijk dat alleen structurele oplossingen een einde kon maken aan de (medische) nood van de mensen.

  • Met veel tegenwerking van de gemeente wist hij voor elkaar te krijgen dat stront en ander afval in emmers buiten de huizen werden geplaatst om opgehaald te worden om buiten de stad te worden gebracht waar het een oplossing voor de landbouw bood.
  • Het plaatsen van urinoirs. Mensen begrepen echter de functie niet en plasten niet binnen het urinoir maar tegen de buitenkant. Het stadsbestuur was de vele klachten al snel beu en de urinoirs verdwenen dan ook uit het straatbeeld.
  • Het realiseren van tappunten waar men water van kon betrekken. Dit water werd met schuiten vanuit de Vecht aangevoerd en in waterreservoirs van 100 kuub opgeslagen. Voor begrippen uit die tijd was dit water schoon.
  • In 1856 stichtte Sarphati de eerste meel- en broodfabriek van Amsterdam, die door industriële en hygiënische productie goedkoper en beter brood beschikbaar maakte. Eerder werd tarwe wel gemengd met aardappelen en .. zand.

Van stadsvuil naar mest, van mest naar graan, en van graan naar brood, de cirkel rond!

  • Schoon drinkwater vanuit de duinen werd in 1853 gerealiseerd. Voor een cent per emmer konden Amsterdammers schoon duinwater tappen bij de Willemspoort. Grote initiator hierin was de volksschrijver Jacob van Lennep. Ondanks tegenwerking van de traditionele Dienst Publieke Werken kreeg hij toestemming om zijn idee uit te werken om een leiding aan te leggen tussen het familielandgoed in Heemstede en de Westelijke Stadspoort van Amsterdam.

Sarphati, man van de vergezichten[bewerken]

  • Geïnspireerd door de Wereldtentoonstelling van 1851 in het Chrystal Palace te Londen ontwikkelde Sarphati het plan een Paleis voor Volksvlijt te laten bouwen. Een schouwcentrum voor producenten en consumenten om de vooruitgang te laten zien en mensen te stimuleren zich blijvend te ontwikkelen want welzijn kan niet zonder welvaart. Het prachtige gebouw aan het Frederiksplein werd tussen 1859 en 1864 gebouwd.
  • In de jaren zestig ontwikkelde hij vergaande plannen voor de eerste serieuze stadsuitbreiding van Amsterdam sinds de zeventiende eeuw. Rondom het paleis voor Volksvlijt wilde hij een fraaie wijk ( De Pijp) laten verrijzen met ruime woningen en parken en het chique Amstelhotel. Ter ondersteuning van deze plannen stichtte hij onder meer twee banken en een bouwbedrijf.
  • Echter, in juni 1866, op het hoogtepunt van zijn activiteiten en ambities, overleed Sarphati plotseling na een kort ziekbed. Hij werd 53. Zonder zijn drijvende kracht werd maar een beperkt deel van zijn ambities bereikt. De gemeente wilde er geen geld insteken. De Pijp bleek een armoedig aftreksel te zijn van de schitterende woonwijk die Sarphati in gedachten had. 'De PIJP', nauwe straten, huizen dicht op elkaar en slecht gebouwd.
  • Zou het kunnen zijn dat de toenmalige bestuurders ver van de ideologie van Sarphati afstonden? Want deze was: “Optimisme is een morele plicht” en “Het moet omdat het goed is”.

--Walt.rooz@versatel.nl 7 okt 2015 09:45 (CEST) Verslag Walter Roozendaal, met dank aan alle deelnemers