Vertellen en kennisoverdracht

Uit Stichting Vertellen MediaWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit is het verslag van een workshop gegeven door Frans van der Pas tijdens de Ontmoetingsdag van de Stichting Vertellen op 10 mei 2014

Introductie en werkwijze[bewerken]

Als onderwijzer heeft Frans in 2006 een eigen Verteltheater ontwikkeld, dat gauw genoeg door collega-leerkrachten, leerlingen en schoolbestuur erg positief ontvangen werd.

Hij heeft een veelzijdig aanbod, maar zijn kernactiviteit bestaat uit historische verhalen en verhalen op gebied van erfgoed. Bij diverse canonvensters heeft hij historische vertelpresentaties ontwikkeld van een uur. Deze bevatten naast informatieve en interactieve elementen altijd een boeiend verhaal. Allerlei beeldvormers zoals een aangepast decor, attributen en posters dienen ter ondersteuning.

Verhaal tijdens de Ontmoetingsdag[bewerken]

Frans heeft tijdens zijn workshop een verhaal verteld over de omstandigheden op een VOC-schip op weg naar de Oost. Dit is verteld vanuit het perspectief van de jongens Harm en Hendrik die voor deze tocht zijn geronseld. Een replica van de Brandenburg, een VOC-schip van destijds, diende als een aansprekend attribuut.

Toelichting op bruikbaarheid[bewerken]

Voor iedereen was de bruikbaarheid van dergelijke vertelpresentaties evident. Deze presentaties vallen immers binnen de vakgebieden van wereldoriëntatie. De presentaties kunnen als introductie, als afsluiting of zelfs in plaats van een project/lessencyclus gebruikt worden

Stelling[bewerken]

In een goede geschiedenisles moet het verleden als het ware tot leven komen zodat het verleden aan den lijve ervaren en beleefd wordt door de leerlingen. Een goed historisch verhaal is bij uitstek een zeer geschikt middel hiertoe. Over bovenstaande stelling werd nauwelijks gediscussieerd. Een ieder kon dit volmondig beamen.

Tips en Trucs[bewerken]

In samenspraak met de deelnemers van de verschillende workshops zijn de volgende ideeën en handreikingen verzameld:

  • En aangepast decor en kleding spreken tot de verbeelding.
  • Interactie o.a. door de leerlingen mee laten doen in het vertellen van het verhaal, spullen uit te laten proberen en een rol te laten spelen in het verhaal.
  • Sprekende voorwerpen benutten, voor werpen die nieuwsgierig maken en een reactie uitlokken. Ga uit van eigen ervaring en (voor)kennis van de leerlingen.
  • Probeer in je vertelpresentatie vraagzinnen te verwerken die de leerlingen aan het denken zetten.
  • Suggereer tijdens je vertelling zo nu en dan, dat je iets niet meer weet: ‘Hoe heette die ziekte ook al weer?’ ‘Waar was ook alweer die oorlog?’
  • Met een simpel attribuut of een eenvoudig kledingstuk heb je al het succes van extra aandacht.
  • Probeer soms wat humor in je verhaal/vertelpresentatie te verwerken.
  • Gebruik regelmatig de directe rede. ‘Waar ga je met die kei naar toe?’ ‘Die komen we nog te kort voor het nieuwe hunebed’. Zo kun je een dialoog spelen met twee verschillende personages.
  • Richt je soms rechtstreeks tot één leerling of de leerkracht in een onderonsje. De (andere) leerlingen mogen zogenaamd even niet meeluisteren. Je bent dan van extra aandacht verzekerd.,